dinsdag 7 augustus 2018

Van Jan naar Iron man in 11u05min


De gastverslagen van Hans motiveren blijkbaar ook andere vrienden tot het schrijven van zeer smakelijke verslagen van hun capriolen. Hieronder het verhaal van clubgenoot en taalvirtuoos Jan de Jong, over zijn eerste Ironman triatlon in Maastricht. Veel leesplezier!
Voorbereiding
Toen ik drie jaar geleden begon met triatlon kreeg ik steeds  de (logische) vraag “En wanneer ga je een volledige doen?” Meestal antwoordde ik toen dat ik heel blij zou zijn als ik ooit een halve zou uitdoen. Maar kijk de (triatlon)microbe had me te pakken en zoals dat gaat met microben, laten ze je niet snel los. Vorig jaar nam ik deel aan de halve triatlons in Gravelines en Gérardmer en ik merkte dat de lange afstanden mij beter afgingen dan het kortere (sprint)werk. Daar zal de leeftijd wellicht iets mee te maken hebben, vermoed ik. 
Enfin, begin oktober polste ik voorzichtig bij mijn coach Luc De Ro of de volledige afstand binnen mijn mogelijkheden lag. Zijn antwoord was positief, maar hij waarschuwde me ook voor de pittige trainingsarbeid die aan zo’n volledige triatlon voorafgaat. Ik herinner me nog dat hij bij de planning van het seizoen de volgende profetische woorden uitsprak: “Jan, zet vanaf mei al je sociale verplichtingen maar op een laag pitje, want hier ga je nog weinig tijd voor hebben.” Daarom was het voor mij ook belangrijk om weten of Ilse en de kinderen het zagen zitten om mee in dit avontuur te stappen, want ons gezinsleven zou de komende tien maanden volledig in het teken van mijn sport staan. Gelukkig kreeg ik van hen een ‘go’ en startte ik half oktober met de voorbereiding op de Ironman van Maastricht. 
Ik koos voor mijn eerste volledige triatlon bewust voor een wedstrijd dicht bij huis, om alle mogelijke logistieke beslommeringen te vermijden. Deze zouden me immers te veel stress bezorgen. Bovendien telde het fietsparcours 1200 hoogtemeters en ik had in Gérardmer ontdekt dat ik wel een fan ben van het nodige klimwerk. Ten slotte nam ik vier jaar geleden deel aan de marathon Van Etten-Leur en was ik onder de indruk van de ‘Hollandse sfeer’ naast het parcours. Ik vermoedde dat dit in Maastricht niet anders zou zijn en had het inderdaad bij het rechte eind, maar hierover later meer. 
De voorbereiding verliep nagenoeg perfect met gemiddeld acht trainingen per week, al was het niet altijd evident om alle trainingen te combineren met mijn schoolwerk en de gezinsactiviteiten. Gelukkig is het zwembad van Kapellen al om 6.30 uur open, zodat ik geregeld een zwemtraining kon afwerken voor ik naar school vertrok. In de wintermaanden was ook een loop- of rollentraining om 10 uur ’s avonds niet abnormaal. En dat allemaal met dat ene doel voor ogen. De laatste week van juni en de eerste twee weken van juli stonden volledig in het teken van de langeduurtrainingen en werd de trainingsintensiteit opgevoerd van 10 à 15 uur naar 20 à 25 uur per week. De eerste twee weken vond ik nog plezant, maar dan begon de vermoeidheid te spelen en kreeg ik het ook mentaal wat moeilijker. Bovendien dreigde  een valpartij tijdens de verkenning van het parcours van Maastricht op 14x juli roet in het eten te strooien, maar gelukkig kwam ik er vanaf met wat kneuzingen en snijwonden. Oef! 
Door de zware trainingsarbeid stond mijn weerstand ook op een laag pitje en na een bezoek aan de Hollandse kust op een winderige dag had ik prijs: luchtwegeninfectie. Normaal gezien ben ik zelden ziek en als ik al ziek ben, is dit meestal een tweetal dagen. Nu duurde het ‘uitzieken’ bijna een week, mede omdat de dokter bepaalde medicatie niet kon voorschrijven, aangezien deze producten op de dopinglijst staan. Gelukkig zat ik volop in mijn taperingsperiode en was het aantal trainingen beperkt. Toch bleef ik me tot een week voor de wedstrijd slap en futloos voelen en begonnen de twijfels te knagen. Was het het warme weer, de stress, de zware trainingen of een combinatie van dit alles en zou ik voldoende hersteld zijn tegen de dag van de wedstrijd? Even mijn oor te luisteren gelegd bij mijn coach, mijn osteopaat en bij Vanessa, Luk en Koen, drie ervaren triatleten, en zij stelden me allemaal gerust. De zware trainingsarbeid zou zijn vruchten afwerpen en ik zou er staan in Maastricht. 

Maastricht
Vrijdag 3 augustus reed ik alvast een eerste keer richting Maastricht om me te registreren en de pre-race briefing bij te wonen. De pastaparty was daarnaast een leuke bijkomstigheid. Het oorspronkelijke idee was om pas zaterdag met heel het gezin naar Nederland af te zakken, maar voor de ‘mentale rust’ leek het me beter om een dag eerder te gaan. Zo kon ik thuis rustig mijn fiets- en looptassen maken. Bovendien had ik schrik dat het zaterdag heel druk zou zijn aan de registratie, waardoor ik me misschien zou moeten haasten voor de bike check-in en ik zaken over het hoofd zou zien. Nu had ik voor alles veel meer tijd. 
Zaterdagochtend met vrouw en kinderen de auto in, inchecken in ons hotel, de tassen nog eens dubbel en driedubbel (of was het vierdubbel?) checken en dan naar de bike check-in, waar het nog bijzonder rustig was. Na een halfuurtje was ik uit de wisselzone en verkenden we de nabije omgeving en de plaats van de zwemstart, zodat Ilse zich alvast een beetje kon oriënteren. Eens in het hotel nog rustig iets gegeten en tegen 10 uur lag ik in mijn bedje met een boek om te ontspannen. Ik wist op voorhand dat het niet evident zou zijn om te slapen en mijn vermoedens klopten. Wat ik ook probeerde, ik kreeg de wedstrijd niet uit mijn hoofd en viel pas in slaap tegen 2 uur. Twee uur later ging de wekker af en met slaperige oogjes speelde ik 120 gr pasta, vier sneetjes wit brood met perensiroop, een half rijsttaartje en een potje magere yoghurt naar binnen. Luc en Luk, bedankt voor het ontbijtadvies. Ik heb al vaak gelezen in verslagen van clubgenoten dat ze de ochtend van de wedstrijd geen hap door hun keel krijgen, maar hier had ik duidelijk geen last van. Integendeel, ik had, ten onrechte, schrik dat ik misschien iets te veel gegeten had.
Dan de auto in en samen met Ilse naar de wisselzone. Onderweg en gehuld in de ochtendschemer kwamen we logischerwijs heel wat andere atleten tegen, meestal vergezeld door hun ‘eega’ die vaak (eerlijk is eerlijk) de rugzak of de pomp droeg. De avond tevoren had ik beslist om toch maar een kwartiertje vroeger naar de wisselzone te vertrekken en dat bleek een verstandige beslissing. De zakken nog eens checken en aanvullen met drinkbussen, banden oppompen, helm en startnummer klaarleggen, fietszakje vullen, materiaalbus en pompje aan fiets bevestigen, … Er kroop verdorie veel meer tijd in dan gedacht en dan zag ik ook die rij aan de dixies alsmaar langer worden. Ondertussen was er dan ook een lepe Duitser met mijn pomp gaan lopen en kon ik die gaan zoeken om mijn eigen banden op te pompen. Om 6 uur stipt kwam bovendien het min of meer verwachte nieuws dat door het warme weer van de afgelopen weken (maanden?) de watertemperatuur van de Maas was opgelopen tot 26° en dat het dus een non-wetsuitwedstrijd was. De angst en vertwijfeling sloeg toe in de wisselzone en ik hoorde hier en daar zelfs een vloek. Ondanks het feit dat ik mij er mentaal al een beetje op voorbereid had, steeg ook mijn hartslag plots met een paar tellen. Aangezien ik een minder goede zwemmer ben, haal ik bijzonder veel voordeel uit een wetsuit. Ik weeg niet zo veel en heb dan een beter drijfvermogen, waardoor ik minder energie verbruik en toch sneller vooruitga. Het zwemmen zou dus al pittig worden en ik had vooral schrik voor krampen, aangezien ik dit in het verleden al had voorgehad tijdens twee non-wetsuitwedstrijden in Viersel en Lommel. Maar goed, het had weinig zin om me hier lang druk over te maken, eerst nog op tijd in één van die dixies zien te geraken. 
Dat lukte en bij het buitenkomen van de wisselzone stonden niet alleen Ilse, maar ook Vanessa en Sanne mij op te wachten. Ja, je leest het goed. Aangezien mijn coach van een welverdiende vakantie in Frankrijk genoot, had Vanessa voorgesteld om tegen de zwemstart naar Maastricht te komen, zodat ze mij (mentaal) kon helpen en de laatste tips and tricks kon meegeven. De start van een triatlonwedstrijd is sowieso vrij chaotisch, maar een Ironman is toch nog iets anders heb ik gemerkt. Zo duurde het even voor ik bij de zwemstart de plaats had gevonden waar ze de ‘special needs’ tassen uitdeelden en dat leidde tot een tweede stressmomentje die ochtend. Ik had die zak immers absoluut nodig, want mijn drinkbussen met eigen sportdrank moesten hierin, zodat ik deze halverwege de wedstrijd kon wisselen. De sportdrank van de organisatie had ik immers getest tijdens mijn trainingen en die was mij niet zo goed bekomen. Dankzij de hulp van Vanes de zak gevonden en gevuld. Oef! 
Het zwemmen was met een ‘rolling start’, waarbij elke 5 seconden ongeveer 8 atleten mochten vertrekken. Op aanraden van Luc en Vanessa startte ik in het vak met als richttijd 1u10. Dat was een ambitieuze tijd, maar als ik in het vak van 1u20 zou startten bestond het risico dat ik veel atleten moest inhalen en bij gevolg veel energie zou verbruiken. Een tactische keuze dus. Om 7u25 was het zover. De laatste peptalk van Vanes,  zwaaien naar vrouw, kinderen en supporters op de kade en dan (met een bang hartje) en samen met 1200 andere atleten het water in voor wat het begin zou worden van een lang, maar onvergetelijk avontuur. Aangezien het een ‘rolling start’ was, zat ik meteen goed in mijn ritme. Ik lette voortdurend op mijn techniek en probeerde zo rustig en relaxed mogelijk te zwemmen, zodat ik geen krampen kreeg. We moesten eerst ongeveer 1,5km zwemmen, dan een boei ronden en vervolgens 2,4km terugzwemmen. De heenweg was stroomopwaarts en de terugweg stroomafwaarts, maar ik merkte het verschil eerlijk gezegd niet. Het was in beide richtingen zwaar en ik merkte dat ik in het tweede deel door verschillende zwemmers werd voorbij gezwommen. Een toptijd zat er niet in, dat was duidelijk. Het goede nieuws was wel dat de krampen uitbleven en na 1u24min kwam ik als 569ste uit het water. Gelukkig stonden er vrijwilligers om ons op het trapje te helpen, anders had ik nu nog in de Maas gelegen, denk ik. 
Rustig naar de wisselzone gelopen en ruim de tijd genomen om mij klaar te maken voor het fietsen. Zo was ik vergeten om mijn Powerbars in twee te knippen en heb ik dit ook nog even gedaan met het schaartje dat in mijn fietszak zat. Soms hangt het van details af, niet? Na 500 meter fietsen hoor ik Vanes roepen dat ik mijn vizier nog juist op mijn helm moest zetten. Ik probeerde dit eerst al rijdend te doen, maar dat was geen succes. Daarom even aan de kant, rustig het vizier bevestigen en terug weg. De eerste 5K rilde en klappertandde ik van de kou, maar toen kwam het zonnetje er even door en warmde ik snel op. Meteen de juiste hartslagzone gezocht en dan begonnen aan mijn twee fietsrondes over de iconische Bemelerberg en de steile Hallembaye, goed voor in totaal 178K en 1200 hoogtemeters. 
Ik had samen met Luc een voedings- en drankplan opgesteld (en getest tijdens training) en had dit voor alle veiligheid op de buis van mijn fiets gekleefd. Ik ben een leerkracht Nederlands en gruwel van cijfertjes, dus onderweg zelf zitten rekenen, is niets voor mij. Om de 10min moest ik ofwel iets eten (gel, reep), ofwel iets drinken (sportdrank, water), op voorwaarde dat mijn maag niet protesteerde natuurlijk. Uiteindelijk heb ik het volledige plan perfect kunnen volgen. Daarnaast hadden Luc en ikzelf het parcours vooraf verkend en hij had me aangeraden om de klimmetjes rustig aan te pakken, anders bestond het risico dat ik me volledig ‘dood’ zou rijden. Tijdens de afdalingen moest ik proberen de hartslag te laten dalen om zodoende te herstellen. De eerste ronde werd ik langs alle kanten voorbijgereden, maar ik bleef gedisciplineerd in mijn juiste hartslagzones rijden en dat bleek de beste tactiek te zijn. De tweede ronde zat ik nog fris en kon ik een klein beetje versnellen op de vlakke stukken. Naar het einde toe kwam ik atleten (of waren het stervende zwanen?) tegen die mij de eerste ronde waren voorbij geknald. 
Na 5u45min reed ik als 413de met een goed gevoel de wisselzone binnen. De tweede wissel ging vlot en ik was klaar voor de afsluitende marathon. Na het verlaten van de wisselzone liep Vanes een honderdtal meter mee om nog het laatste advies mee te geven. Ondertussen was de zon immers al een paar uur aan het schijnen en was de temperatuur opgelopen tot 29°. Goed eten en drinken en geregeld afkoelen met water was de boodschap. De eerste kilometer liep ik 12km/h, maar ik merkte dat ik dan qua hartslag iets te hoog zat en wilde met het warme niet het risico lopen om de man met de hamer tegen te komen. Ik besliste dus om de hartslag te laten zakken tot in de langeduurzone en hoopte dat tempo zo lang mogelijk aan te houden. Ondertussen genoot ik van de ongelofelijk sfeer in en rond de binnenstad en waande ik me geregeld op één of ander Hollands schlagerfestival. Naarmate de rondes vorderden, vloeide de alcohol rijkelijker (bij de supporters welteverstaan) en ging de sfeer in crescendo. Bij elke bevoorrading stopte ik even om een gelletje in te nemen, goed te drinken en mezelf te verfrissen met de aangereikte sponzen. Opnieuw kon ik het vooropgestelde voedingsplan perfect uitvoeren en bleef ik goed gehydrateerd. De 10 plaspauzes moest ik er dan wel bijnemen. 
In de vierde en laatste ronde voelde ik de benen langzaamaan leeglopen en vanaf 36K was het echt aftellen. Op zaterdag had ik nog 5K losgelopen en ik hield mezelf voor dat dit ongeveer de afstand was die ik nu moest afleggen, maar terwijl dit op zaterdag nog ‘peanuts’ was, leek dit nu een ellenlange afstand en ik heb minstens 20 keer op mijn horloge gekeken om te zien hoe ver het nog was. Maar ik was niet de enige die afzag en kwam meer wandelaars dan lopers tegen onder de atleten. De hitte eiste duidelijk zijn tol. Eenmaal terug in de binnenstad maakte de pijn plaats voor euforie en aangemoedigd door honderden supporters liep ik richting grote markt. De emoties kregen de overhand en ik dacht aan alle opofferingen die aan dit avontuur waren voorafgegaan, niet alleen van mezelf, maar van het hele gezin. 
Bij het ingaan van de laatste ronde had Vanes me nog toegeroepen om vooral te genieten van het momentum en ik was vastberaden om dat te doen. Ik draaide op de grote markt af richting ‘finish’, stopte even bij Ilse voor een innige omhelzing en liep dan met de vuisten gebald en een smile tot achter mijn oren over de rode mat richting aankomst, aangemoedigd en toegeschreeuwd door mijn supporters die ondertussen een plekje hadden gevonden op het drukke marktplein. Met een oerkreet overschreed ik na 11u05 min. en als 311ste op 1112 deelnemers de finish en weerklonken de mythische woorden ‘Jan de Jong, you are an Ironman’. Wat een kippenvelmoment! Met tranen in de ogen besefte ik dat ik iets gerealiseerd had dat ik een paar jaar geleden voor onmogelijk had geacht.  ‘Anything is possible’ dus.
Dankjewel
‘Name dropping’ in een dankwoordje is altijd gevaarlijk, want dan bestaat het risico dat je mensen vergeet. Daarom verontschuldig ik me nu alvast mocht ik iemand vergeten. Laat me beginnen met mijn clubgenoten van BrTC voor de vele fiets- en zwemtrainingen die we samen hebben gedaan in de aanloop naar deze wedstrijd. Bedankt dat ik in jullie voeten mocht zwemmen, zeker tijdens de trainingen van 1u30 op woensdagavond en dat ik op zondagochtend in jullie wiel mocht rijden, als het wind tegen was, zodat ik mijn hartslag onder controle kon houden 😉. Een dikke merci ook voor alle BrTC-trainers en de organisatoren van de paasstage, want dankzij de clubtrainingen heb ik een goede basisconditie opgebouwd die op het einde zijn vruchten heeft afgeworpen. 
Een speciaal dankwoordje voor mijn persoonlijke coach, Luc De Ro, voor het opstellen van mijn trainingsschema’s, het uitwerken van het wedstrijd- en voedingsplan, het gezelschap tijdens de lange fietstrainingen en de bemoedigende woorden als ik even een dipje had. Thanks, coach! Osteopaat Robin Thys (To Move You) en sportmasseur Koen Van Den Mieroop (Sportbalans) namen rug, bekken en spieren onder handen en zorgden ervoor dat mijn lichaam klaar was voor de strijd. De dag voor de wedstrijd maakten de vele aanmoedigen via alle mogelijke kanalen mij duidelijk hoeveel mensen meeleefden en ik besef nu dat ik nog niet op alle berichtjes heb gereageerd. Daarom via deze weg een dikke merci aan iedereen voor de vele wensen. De dag zelf werden Tim De Haes (de schoonbroer van mijn broer) en ikzelf voortgestuwd door onze ouders, broers, zussen, neven en nichten. Zij stonden zowel bij het fietsen als het lopen verspreid over het parcours en telkens ik er passeerde kreeg ik een extra boost. Sienna en Minthe, bedankt voor het leuke spandoek! BrTC’ers Kris, Hans en Kevin hadden er dan weer een fietstochtje naar Maastricht (en een stel verbrande benen) voor over om te komen supporteren en ook Jethro was naar de historische stad afgezakt. Merci hé, gasten! 
Dé verrassing van de dag was wel toen ik plots één van mijn beste kameraden (en ook een triatleet), op de steilste helling van de dag (Côte de Hallembaye) zag staan. Hij was helemaal alleen naar Limburg afgezakt en ik zou hem die dag, zowel tijdens het fietsen als het lopen, nog vaak tegenkomen, meestal op de meest onverwachte momenten en altijd even enthousiast. Kristof, je bent een topper en als je ooit deelneemt aan de Ironman van Zuid-Afrika kom ik supporteren 😉. In dit verslag kon je al lezen hoe ik de ganse dag kon rekenen op Vanessa. Zij was voor mij van goudwaarde en zorgde voor een ongelofelijke mentale rust. Zo had ik in de derde ronde een lichte kramp in de rechterkuit en wist ik niet goed wat ik moest doen (extra water? zout? sportdrank? stretchen? tempo laten zakken?, …). Bij het passeren even informeren bij haar en het probleem was opgelost. Extra zout dus. 
De laatste personen die ik wil bedanken zijn voor mij de allerbelangrijkste en dat zijn mijn vrouw en kinderen. Toen we 10 maanden geleden samen aan dit avontuur begonnen, konden zij niet inschatten wat de impact zou zijn op ons gezinsleven. We hadden er plots een vierde kindje bij, nl. Ironman, een kindje dat ongelofelijk veel tijd en aandacht vroeg van iedereen en ervoor zorgde dat er nauwelijks tijd overbleef voor leuke uitstapjes. Ook de vakanties stonden volledig in het teken van Ironman. Bij het opmaken van de weekplanning op zondagavond was de eerste vraag steeds: “Wanneer moet jij precies trainen?” en werden de andere activiteiten hierop afgestemd. Ilse nam bovendien alle huishoudelijke taken op zich en was ‘de taxi van dienst’ voor de kinderen. En dan zwijg ik nog over de vele momenten waarop ze in de rol kroop van ‘mental coach’ als ik in een dipje zat. Ik mag op sportief vlak dan wel een ‘Ironman’ zijn, Ilse is op zoveel andere vlakken een ‘Ironwoman’. Liefste Eline, Laure, Lise en Ilse, zonder jullie steun was het mij nooit gelukt deze droom te realiseren. Bedankt en ik zie jullie ontzettend graag!