dinsdag 7 augustus 2018

Van Jan naar Iron man in 11u05min


De gastverslagen van Hans motiveren blijkbaar ook andere vrienden tot het schrijven van zeer smakelijke verslagen van hun capriolen. Hieronder het verhaal van clubgenoot en taalvirtuoos Jan de Jong, over zijn eerste Ironman triatlon in Maastricht. Veel leesplezier!
Voorbereiding
Toen ik drie jaar geleden begon met triatlon kreeg ik steeds  de (logische) vraag “En wanneer ga je een volledige doen?” Meestal antwoordde ik toen dat ik heel blij zou zijn als ik ooit een halve zou uitdoen. Maar kijk de (triatlon)microbe had me te pakken en zoals dat gaat met microben, laten ze je niet snel los. Vorig jaar nam ik deel aan de halve triatlons in Gravelines en Gérardmer en ik merkte dat de lange afstanden mij beter afgingen dan het kortere (sprint)werk. Daar zal de leeftijd wellicht iets mee te maken hebben, vermoed ik. 
Enfin, begin oktober polste ik voorzichtig bij mijn coach Luc De Ro of de volledige afstand binnen mijn mogelijkheden lag. Zijn antwoord was positief, maar hij waarschuwde me ook voor de pittige trainingsarbeid die aan zo’n volledige triatlon voorafgaat. Ik herinner me nog dat hij bij de planning van het seizoen de volgende profetische woorden uitsprak: “Jan, zet vanaf mei al je sociale verplichtingen maar op een laag pitje, want hier ga je nog weinig tijd voor hebben.” Daarom was het voor mij ook belangrijk om weten of Ilse en de kinderen het zagen zitten om mee in dit avontuur te stappen, want ons gezinsleven zou de komende tien maanden volledig in het teken van mijn sport staan. Gelukkig kreeg ik van hen een ‘go’ en startte ik half oktober met de voorbereiding op de Ironman van Maastricht. 
Ik koos voor mijn eerste volledige triatlon bewust voor een wedstrijd dicht bij huis, om alle mogelijke logistieke beslommeringen te vermijden. Deze zouden me immers te veel stress bezorgen. Bovendien telde het fietsparcours 1200 hoogtemeters en ik had in Gérardmer ontdekt dat ik wel een fan ben van het nodige klimwerk. Ten slotte nam ik vier jaar geleden deel aan de marathon Van Etten-Leur en was ik onder de indruk van de ‘Hollandse sfeer’ naast het parcours. Ik vermoedde dat dit in Maastricht niet anders zou zijn en had het inderdaad bij het rechte eind, maar hierover later meer. 
De voorbereiding verliep nagenoeg perfect met gemiddeld acht trainingen per week, al was het niet altijd evident om alle trainingen te combineren met mijn schoolwerk en de gezinsactiviteiten. Gelukkig is het zwembad van Kapellen al om 6.30 uur open, zodat ik geregeld een zwemtraining kon afwerken voor ik naar school vertrok. In de wintermaanden was ook een loop- of rollentraining om 10 uur ’s avonds niet abnormaal. En dat allemaal met dat ene doel voor ogen. De laatste week van juni en de eerste twee weken van juli stonden volledig in het teken van de langeduurtrainingen en werd de trainingsintensiteit opgevoerd van 10 à 15 uur naar 20 à 25 uur per week. De eerste twee weken vond ik nog plezant, maar dan begon de vermoeidheid te spelen en kreeg ik het ook mentaal wat moeilijker. Bovendien dreigde  een valpartij tijdens de verkenning van het parcours van Maastricht op 14x juli roet in het eten te strooien, maar gelukkig kwam ik er vanaf met wat kneuzingen en snijwonden. Oef! 
Door de zware trainingsarbeid stond mijn weerstand ook op een laag pitje en na een bezoek aan de Hollandse kust op een winderige dag had ik prijs: luchtwegeninfectie. Normaal gezien ben ik zelden ziek en als ik al ziek ben, is dit meestal een tweetal dagen. Nu duurde het ‘uitzieken’ bijna een week, mede omdat de dokter bepaalde medicatie niet kon voorschrijven, aangezien deze producten op de dopinglijst staan. Gelukkig zat ik volop in mijn taperingsperiode en was het aantal trainingen beperkt. Toch bleef ik me tot een week voor de wedstrijd slap en futloos voelen en begonnen de twijfels te knagen. Was het het warme weer, de stress, de zware trainingen of een combinatie van dit alles en zou ik voldoende hersteld zijn tegen de dag van de wedstrijd? Even mijn oor te luisteren gelegd bij mijn coach, mijn osteopaat en bij Vanessa, Luk en Koen, drie ervaren triatleten, en zij stelden me allemaal gerust. De zware trainingsarbeid zou zijn vruchten afwerpen en ik zou er staan in Maastricht. 

Maastricht
Vrijdag 3 augustus reed ik alvast een eerste keer richting Maastricht om me te registreren en de pre-race briefing bij te wonen. De pastaparty was daarnaast een leuke bijkomstigheid. Het oorspronkelijke idee was om pas zaterdag met heel het gezin naar Nederland af te zakken, maar voor de ‘mentale rust’ leek het me beter om een dag eerder te gaan. Zo kon ik thuis rustig mijn fiets- en looptassen maken. Bovendien had ik schrik dat het zaterdag heel druk zou zijn aan de registratie, waardoor ik me misschien zou moeten haasten voor de bike check-in en ik zaken over het hoofd zou zien. Nu had ik voor alles veel meer tijd. 
Zaterdagochtend met vrouw en kinderen de auto in, inchecken in ons hotel, de tassen nog eens dubbel en driedubbel (of was het vierdubbel?) checken en dan naar de bike check-in, waar het nog bijzonder rustig was. Na een halfuurtje was ik uit de wisselzone en verkenden we de nabije omgeving en de plaats van de zwemstart, zodat Ilse zich alvast een beetje kon oriënteren. Eens in het hotel nog rustig iets gegeten en tegen 10 uur lag ik in mijn bedje met een boek om te ontspannen. Ik wist op voorhand dat het niet evident zou zijn om te slapen en mijn vermoedens klopten. Wat ik ook probeerde, ik kreeg de wedstrijd niet uit mijn hoofd en viel pas in slaap tegen 2 uur. Twee uur later ging de wekker af en met slaperige oogjes speelde ik 120 gr pasta, vier sneetjes wit brood met perensiroop, een half rijsttaartje en een potje magere yoghurt naar binnen. Luc en Luk, bedankt voor het ontbijtadvies. Ik heb al vaak gelezen in verslagen van clubgenoten dat ze de ochtend van de wedstrijd geen hap door hun keel krijgen, maar hier had ik duidelijk geen last van. Integendeel, ik had, ten onrechte, schrik dat ik misschien iets te veel gegeten had.
Dan de auto in en samen met Ilse naar de wisselzone. Onderweg en gehuld in de ochtendschemer kwamen we logischerwijs heel wat andere atleten tegen, meestal vergezeld door hun ‘eega’ die vaak (eerlijk is eerlijk) de rugzak of de pomp droeg. De avond tevoren had ik beslist om toch maar een kwartiertje vroeger naar de wisselzone te vertrekken en dat bleek een verstandige beslissing. De zakken nog eens checken en aanvullen met drinkbussen, banden oppompen, helm en startnummer klaarleggen, fietszakje vullen, materiaalbus en pompje aan fiets bevestigen, … Er kroop verdorie veel meer tijd in dan gedacht en dan zag ik ook die rij aan de dixies alsmaar langer worden. Ondertussen was er dan ook een lepe Duitser met mijn pomp gaan lopen en kon ik die gaan zoeken om mijn eigen banden op te pompen. Om 6 uur stipt kwam bovendien het min of meer verwachte nieuws dat door het warme weer van de afgelopen weken (maanden?) de watertemperatuur van de Maas was opgelopen tot 26° en dat het dus een non-wetsuitwedstrijd was. De angst en vertwijfeling sloeg toe in de wisselzone en ik hoorde hier en daar zelfs een vloek. Ondanks het feit dat ik mij er mentaal al een beetje op voorbereid had, steeg ook mijn hartslag plots met een paar tellen. Aangezien ik een minder goede zwemmer ben, haal ik bijzonder veel voordeel uit een wetsuit. Ik weeg niet zo veel en heb dan een beter drijfvermogen, waardoor ik minder energie verbruik en toch sneller vooruitga. Het zwemmen zou dus al pittig worden en ik had vooral schrik voor krampen, aangezien ik dit in het verleden al had voorgehad tijdens twee non-wetsuitwedstrijden in Viersel en Lommel. Maar goed, het had weinig zin om me hier lang druk over te maken, eerst nog op tijd in één van die dixies zien te geraken. 
Dat lukte en bij het buitenkomen van de wisselzone stonden niet alleen Ilse, maar ook Vanessa en Sanne mij op te wachten. Ja, je leest het goed. Aangezien mijn coach van een welverdiende vakantie in Frankrijk genoot, had Vanessa voorgesteld om tegen de zwemstart naar Maastricht te komen, zodat ze mij (mentaal) kon helpen en de laatste tips and tricks kon meegeven. De start van een triatlonwedstrijd is sowieso vrij chaotisch, maar een Ironman is toch nog iets anders heb ik gemerkt. Zo duurde het even voor ik bij de zwemstart de plaats had gevonden waar ze de ‘special needs’ tassen uitdeelden en dat leidde tot een tweede stressmomentje die ochtend. Ik had die zak immers absoluut nodig, want mijn drinkbussen met eigen sportdrank moesten hierin, zodat ik deze halverwege de wedstrijd kon wisselen. De sportdrank van de organisatie had ik immers getest tijdens mijn trainingen en die was mij niet zo goed bekomen. Dankzij de hulp van Vanes de zak gevonden en gevuld. Oef! 
Het zwemmen was met een ‘rolling start’, waarbij elke 5 seconden ongeveer 8 atleten mochten vertrekken. Op aanraden van Luc en Vanessa startte ik in het vak met als richttijd 1u10. Dat was een ambitieuze tijd, maar als ik in het vak van 1u20 zou startten bestond het risico dat ik veel atleten moest inhalen en bij gevolg veel energie zou verbruiken. Een tactische keuze dus. Om 7u25 was het zover. De laatste peptalk van Vanes,  zwaaien naar vrouw, kinderen en supporters op de kade en dan (met een bang hartje) en samen met 1200 andere atleten het water in voor wat het begin zou worden van een lang, maar onvergetelijk avontuur. Aangezien het een ‘rolling start’ was, zat ik meteen goed in mijn ritme. Ik lette voortdurend op mijn techniek en probeerde zo rustig en relaxed mogelijk te zwemmen, zodat ik geen krampen kreeg. We moesten eerst ongeveer 1,5km zwemmen, dan een boei ronden en vervolgens 2,4km terugzwemmen. De heenweg was stroomopwaarts en de terugweg stroomafwaarts, maar ik merkte het verschil eerlijk gezegd niet. Het was in beide richtingen zwaar en ik merkte dat ik in het tweede deel door verschillende zwemmers werd voorbij gezwommen. Een toptijd zat er niet in, dat was duidelijk. Het goede nieuws was wel dat de krampen uitbleven en na 1u24min kwam ik als 569ste uit het water. Gelukkig stonden er vrijwilligers om ons op het trapje te helpen, anders had ik nu nog in de Maas gelegen, denk ik. 
Rustig naar de wisselzone gelopen en ruim de tijd genomen om mij klaar te maken voor het fietsen. Zo was ik vergeten om mijn Powerbars in twee te knippen en heb ik dit ook nog even gedaan met het schaartje dat in mijn fietszak zat. Soms hangt het van details af, niet? Na 500 meter fietsen hoor ik Vanes roepen dat ik mijn vizier nog juist op mijn helm moest zetten. Ik probeerde dit eerst al rijdend te doen, maar dat was geen succes. Daarom even aan de kant, rustig het vizier bevestigen en terug weg. De eerste 5K rilde en klappertandde ik van de kou, maar toen kwam het zonnetje er even door en warmde ik snel op. Meteen de juiste hartslagzone gezocht en dan begonnen aan mijn twee fietsrondes over de iconische Bemelerberg en de steile Hallembaye, goed voor in totaal 178K en 1200 hoogtemeters. 
Ik had samen met Luc een voedings- en drankplan opgesteld (en getest tijdens training) en had dit voor alle veiligheid op de buis van mijn fiets gekleefd. Ik ben een leerkracht Nederlands en gruwel van cijfertjes, dus onderweg zelf zitten rekenen, is niets voor mij. Om de 10min moest ik ofwel iets eten (gel, reep), ofwel iets drinken (sportdrank, water), op voorwaarde dat mijn maag niet protesteerde natuurlijk. Uiteindelijk heb ik het volledige plan perfect kunnen volgen. Daarnaast hadden Luc en ikzelf het parcours vooraf verkend en hij had me aangeraden om de klimmetjes rustig aan te pakken, anders bestond het risico dat ik me volledig ‘dood’ zou rijden. Tijdens de afdalingen moest ik proberen de hartslag te laten dalen om zodoende te herstellen. De eerste ronde werd ik langs alle kanten voorbijgereden, maar ik bleef gedisciplineerd in mijn juiste hartslagzones rijden en dat bleek de beste tactiek te zijn. De tweede ronde zat ik nog fris en kon ik een klein beetje versnellen op de vlakke stukken. Naar het einde toe kwam ik atleten (of waren het stervende zwanen?) tegen die mij de eerste ronde waren voorbij geknald. 
Na 5u45min reed ik als 413de met een goed gevoel de wisselzone binnen. De tweede wissel ging vlot en ik was klaar voor de afsluitende marathon. Na het verlaten van de wisselzone liep Vanes een honderdtal meter mee om nog het laatste advies mee te geven. Ondertussen was de zon immers al een paar uur aan het schijnen en was de temperatuur opgelopen tot 29°. Goed eten en drinken en geregeld afkoelen met water was de boodschap. De eerste kilometer liep ik 12km/h, maar ik merkte dat ik dan qua hartslag iets te hoog zat en wilde met het warme niet het risico lopen om de man met de hamer tegen te komen. Ik besliste dus om de hartslag te laten zakken tot in de langeduurzone en hoopte dat tempo zo lang mogelijk aan te houden. Ondertussen genoot ik van de ongelofelijk sfeer in en rond de binnenstad en waande ik me geregeld op één of ander Hollands schlagerfestival. Naarmate de rondes vorderden, vloeide de alcohol rijkelijker (bij de supporters welteverstaan) en ging de sfeer in crescendo. Bij elke bevoorrading stopte ik even om een gelletje in te nemen, goed te drinken en mezelf te verfrissen met de aangereikte sponzen. Opnieuw kon ik het vooropgestelde voedingsplan perfect uitvoeren en bleef ik goed gehydrateerd. De 10 plaspauzes moest ik er dan wel bijnemen. 
In de vierde en laatste ronde voelde ik de benen langzaamaan leeglopen en vanaf 36K was het echt aftellen. Op zaterdag had ik nog 5K losgelopen en ik hield mezelf voor dat dit ongeveer de afstand was die ik nu moest afleggen, maar terwijl dit op zaterdag nog ‘peanuts’ was, leek dit nu een ellenlange afstand en ik heb minstens 20 keer op mijn horloge gekeken om te zien hoe ver het nog was. Maar ik was niet de enige die afzag en kwam meer wandelaars dan lopers tegen onder de atleten. De hitte eiste duidelijk zijn tol. Eenmaal terug in de binnenstad maakte de pijn plaats voor euforie en aangemoedigd door honderden supporters liep ik richting grote markt. De emoties kregen de overhand en ik dacht aan alle opofferingen die aan dit avontuur waren voorafgegaan, niet alleen van mezelf, maar van het hele gezin. 
Bij het ingaan van de laatste ronde had Vanes me nog toegeroepen om vooral te genieten van het momentum en ik was vastberaden om dat te doen. Ik draaide op de grote markt af richting ‘finish’, stopte even bij Ilse voor een innige omhelzing en liep dan met de vuisten gebald en een smile tot achter mijn oren over de rode mat richting aankomst, aangemoedigd en toegeschreeuwd door mijn supporters die ondertussen een plekje hadden gevonden op het drukke marktplein. Met een oerkreet overschreed ik na 11u05 min. en als 311ste op 1112 deelnemers de finish en weerklonken de mythische woorden ‘Jan de Jong, you are an Ironman’. Wat een kippenvelmoment! Met tranen in de ogen besefte ik dat ik iets gerealiseerd had dat ik een paar jaar geleden voor onmogelijk had geacht.  ‘Anything is possible’ dus.
Dankjewel
‘Name dropping’ in een dankwoordje is altijd gevaarlijk, want dan bestaat het risico dat je mensen vergeet. Daarom verontschuldig ik me nu alvast mocht ik iemand vergeten. Laat me beginnen met mijn clubgenoten van BrTC voor de vele fiets- en zwemtrainingen die we samen hebben gedaan in de aanloop naar deze wedstrijd. Bedankt dat ik in jullie voeten mocht zwemmen, zeker tijdens de trainingen van 1u30 op woensdagavond en dat ik op zondagochtend in jullie wiel mocht rijden, als het wind tegen was, zodat ik mijn hartslag onder controle kon houden 😉. Een dikke merci ook voor alle BrTC-trainers en de organisatoren van de paasstage, want dankzij de clubtrainingen heb ik een goede basisconditie opgebouwd die op het einde zijn vruchten heeft afgeworpen. 
Een speciaal dankwoordje voor mijn persoonlijke coach, Luc De Ro, voor het opstellen van mijn trainingsschema’s, het uitwerken van het wedstrijd- en voedingsplan, het gezelschap tijdens de lange fietstrainingen en de bemoedigende woorden als ik even een dipje had. Thanks, coach! Osteopaat Robin Thys (To Move You) en sportmasseur Koen Van Den Mieroop (Sportbalans) namen rug, bekken en spieren onder handen en zorgden ervoor dat mijn lichaam klaar was voor de strijd. De dag voor de wedstrijd maakten de vele aanmoedigen via alle mogelijke kanalen mij duidelijk hoeveel mensen meeleefden en ik besef nu dat ik nog niet op alle berichtjes heb gereageerd. Daarom via deze weg een dikke merci aan iedereen voor de vele wensen. De dag zelf werden Tim De Haes (de schoonbroer van mijn broer) en ikzelf voortgestuwd door onze ouders, broers, zussen, neven en nichten. Zij stonden zowel bij het fietsen als het lopen verspreid over het parcours en telkens ik er passeerde kreeg ik een extra boost. Sienna en Minthe, bedankt voor het leuke spandoek! BrTC’ers Kris, Hans en Kevin hadden er dan weer een fietstochtje naar Maastricht (en een stel verbrande benen) voor over om te komen supporteren en ook Jethro was naar de historische stad afgezakt. Merci hé, gasten! 
Dé verrassing van de dag was wel toen ik plots één van mijn beste kameraden (en ook een triatleet), op de steilste helling van de dag (Côte de Hallembaye) zag staan. Hij was helemaal alleen naar Limburg afgezakt en ik zou hem die dag, zowel tijdens het fietsen als het lopen, nog vaak tegenkomen, meestal op de meest onverwachte momenten en altijd even enthousiast. Kristof, je bent een topper en als je ooit deelneemt aan de Ironman van Zuid-Afrika kom ik supporteren 😉. In dit verslag kon je al lezen hoe ik de ganse dag kon rekenen op Vanessa. Zij was voor mij van goudwaarde en zorgde voor een ongelofelijke mentale rust. Zo had ik in de derde ronde een lichte kramp in de rechterkuit en wist ik niet goed wat ik moest doen (extra water? zout? sportdrank? stretchen? tempo laten zakken?, …). Bij het passeren even informeren bij haar en het probleem was opgelost. Extra zout dus. 
De laatste personen die ik wil bedanken zijn voor mij de allerbelangrijkste en dat zijn mijn vrouw en kinderen. Toen we 10 maanden geleden samen aan dit avontuur begonnen, konden zij niet inschatten wat de impact zou zijn op ons gezinsleven. We hadden er plots een vierde kindje bij, nl. Ironman, een kindje dat ongelofelijk veel tijd en aandacht vroeg van iedereen en ervoor zorgde dat er nauwelijks tijd overbleef voor leuke uitstapjes. Ook de vakanties stonden volledig in het teken van Ironman. Bij het opmaken van de weekplanning op zondagavond was de eerste vraag steeds: “Wanneer moet jij precies trainen?” en werden de andere activiteiten hierop afgestemd. Ilse nam bovendien alle huishoudelijke taken op zich en was ‘de taxi van dienst’ voor de kinderen. En dan zwijg ik nog over de vele momenten waarop ze in de rol kroop van ‘mental coach’ als ik in een dipje zat. Ik mag op sportief vlak dan wel een ‘Ironman’ zijn, Ilse is op zoveel andere vlakken een ‘Ironwoman’. Liefste Eline, Laure, Lise en Ilse, zonder jullie steun was het mij nooit gelukt deze droom te realiseren. Bedankt en ik zie jullie ontzettend graag!




zaterdag 14 juli 2018

Gastverslag: Hans' IM 70.3 Jönköping

Naar jaarlijkse traditie maken we weer met veel plezier wat ruimte voor een smakelijk verslagje van Hans zijn triatlonescapades. Ondertussen blijven we massaal fondsen inzamelen voor zijn eigen blog ;-) We vermoeden dat deze tegen Klagenfurt 2020 wel een feit zal zijn!

40 seconden. 0,2% van onze totale racetijd. Dat was het verschil tussen mijn ‘klein’ broertje en mezelf in de halve Ironman van Jönköping van zondag. Ik neem u graag mee in mijn kant van het verhaal, naar de juiste kant van de 40 seconden. 

Na mijn desastreuze wedstrijd vorig jaar in Zell-am-See waar ik 21km met maagkrampen afgelegd heb, besloot ik met coach Vanessa om dit jaar 2 hoofddoelen op de kalender te zetten, zodat niet alle eieren in hetzelfde mandje moesten gelegd worden. Zodoende stond op 8 juli de halve Ironman van Jönköping, Zweden op het programma. Na een goede voorbereiding zonder kwaaltjes en met volledig omgegooide én uitgeteste voedingsstrategie was het zondagmorgen eindelijk race-time. Hoewel ik Kristian nog nooit zo gestresseerd had gezien, stond ik zelf super relaxed aan de start, met als doel om vooral van de wedstrijd te genieten en met een goed gevoel de 3 onderdelen af te werken. Op advies van Vanessa ging ik redelijk ambitieus rond de 31 minuten staan, er vooral van uitgaande dat de anderen zich ook wel gingen overschatten… Dat bleek geen slecht idee, want na 50m zwemmen had ik al 4 van mijn voorgangers bijgehaald… Hoewel de eerste 850 meter stroming mee waren, was het met momenten toch afzien, vooral door een aantal kleinere conflictjes met andere zwemmers. Na de 2de boei kwam ik wat meer geïsoleerd te zitten en kon ik mooi naast de boeien de kortste weg terug naar de kant kiezen. Al was het nu natuurlijk wel stroming tegen, wat het er ook niet makkelijker op maakte. Enfin, na 33’40 klom ik terug op de kant met een goed gevoel en kon de run (500m!!) naar de wisselzone beginnen. 

Een vlotte wissel later zat ik op de fiets voor 90 golvende kilometers. Van de verkenning wisten we dat het zwaartepunt in de eerste 45km lag met na 8km een stevige klim. Daar zou ik sowieso tijd verliezen op Kristian. Ik was dus stiekem toch een klein beetje tevreden dat de (steile) klim die we tijdens de verkenning gedaan hadden toch niet op het parcours lag, maar dat we in de plek daarvan een veel lichter lopende klim voor de wielen kregen. Na de klim bleef het leuk op en neer gaan en ik merkte in de klimmetjes dat de benen zeker OK waren. Er kwamen mij wel meer fietsers voorbij dan dat ik er inhaalde, maar als ik dat wil vermijden, dan moet ik in het vervolg een minuut of 10 minder snel zwemmen en dat is dan ook maar wat taffelen. Na 45km kwam ik door op een schema om 2u50 te halen. Wetende dat ik gemikt had op 2u45 en dat het makkelijkere deel van het parcours nog moest komen, zat dat dus wel goed. Na een vlak stuk van een km of 15 waar ik het wat moeilijker had begon het weer wat meer te golven (maar dan met meer afdalingen dan klimmetjes) en kwam ik er terug door om uiteindelijk op 2u43 af te klokken. Fietsmissie geslaagd!

Na een achteraf gezien bliksemsnelle 2de wissel (inclusief sanitaire stop) kon ik beginnen aan de afsluitende halve marathon. Ik kon direct een mooi tempo vinden zonder te hoog te gaan in hartslag, maar al na 1,5km kwamen die vermaledijde krampen weer opzetten. Deze keer iets lager en gelukkig minder verlammend dan in Zell-am-See. Ik probeerde het hoogst mogelijke tempo te lopen en kwam er na 1,5 ronde steeds meer door. Cola zou de definitieve oplossing betekenen dacht ik. Dat sloeg echter tegen. De cola had geen prik meer, waardoor de krampen net erger werden… Ook het tempo wilde niet meer mee… Met nog 5km te gaan liet Vanessa me weten dat Kristian 400m voor me liep en er toch wel doorzat. Ik kon nog een klein tandje bijsteken, maar had zelf ook niet veel overschot meer. Een duo-finish flitste even door m'n hoofd, maar toen ik hem aan het heen-en-terug punt niet tegenkwam, wist ik dat dat net teveel gevraagd was. 

Toch behoorlijk uitgeput kwam ik aan de finish in een tijd van 5u24. 3 minuten sneller dan 2 jaar geleden in Vichy. Tevreden over het zwemmen, zeer tevreden over het fietsen. En het lopen, tja… Dat is ons Vander Mastjes toch niet met de paplepel ingegoten (for the record: ook bij Wouter is dit héél lang een heikel punt geweest 😊). Kristian stond mij ondertussen al op te wachten aan de finish met een medaille rond zijn nek. Door het tijdsverschil van de rolling start wisten we echter niet wie nu uiteindelijk de ‘brother-battle’ had gewonnen, al zijn we daar alletwee tijdens de wedstrijd zelf niet echt mee bezig geweest. Dat is aan de verhalen te horen voor de app-volgers spannender geweest dan voor ons. ’t Was uiteindelijk mijn vrouw Els die aan de telefoon liet weten dat ik hem met 40 seconden geklopt had. Was het een niet-rolling start wedstrijd geweest, dan hadden we samen over de finish gekomen. Want hem 1km voor de meet voorbij lopen en ter plaatse laten… Nee, dat krijg ik dan, alle trash-talk ten spijt, ook weer niet over mijn hart.

Na bijna een week lijkt het lichaam weer zo goed als volledig hersteld, dus nu is het ‘all eyes on Almere’. Het oorspronkelijke ‘Sub 5u’-plan heb ik ondertussen in de ijskast opgeborgen. Daarvoor is m’n lopen nog veel te weinig op niveau. Eerst maar weer eens zoeken wat we nog kunnen doen om die krampen onder controle te krijgen, zodat ik tenminste kan lopen voor wat ik waard ben. En dan zien we wel waar we ergens uitkomen.

Zoals het hoort zijn ook in dit verslag een aantal dankjewels op z’n plaats. In de eerste plaats aan mijn vrouw en kindjes. Hoewel ze er op de dag zelf niet konden bijzijn, is hun support doorheen het jaar eindeloos veel belangrijker dan op de dag zelf… Coach Vanes voor haar uitdagende en prestatiebevorderende schema’s, de goeie raad en de support de dagen voor en de dag van de wedstrijd. Mama en Lise voor de Heja-Heja’s langs het parcours en last, maar zeker niet least, ‘Onze Kleine’ voor de fijne dagen voor de wedstrijd, voor de tactiekbesprekingen, voor de trash-talk voor de wedstrijd (die krijgt ie nu ongeveer elke 40 seconden dubbel en dik terug 😊) en voor het geweldige gevoel van zo’n wedstrijd samen te kunnen doen! 




donderdag 31 mei 2018

5e IRONMAN Lanzarote, met dank aan de kippensoep ...

Ik was midden mei richting Lanzarote getrokken met 2 objectieven: een vijfde keer finishen waardoor ik een speciale medaille zou ontvangen, én in de buurt komen van mijn beste tijd tot hiertoe, 12u13 in 2016. Tijden vergelijken is echter altijd moeilijk, en zeker nu dit jaar het fietsparcours toch wel ingrijpend veranderd was met een zware klim in het begin. 

Naast het fietsparcours was ook de locatie van de wisselzone volledig veranderd, waardoor we met onze 7 clubleden reeds een uur voor de start klaar waren met de voorbereidingen. Dankzij onze AWA punten van vorig jaar, konden Vanessa en ik vooraan de massa van 2000 deelnemers starten. Mijn eerste doel hield in om me zo rustig mogelijk te laten meedrijven tijdens de zwemproef in de zee, zonder al te veel akkefietjes in het atletengewoel. Door mijn ervaring verliep dit beter dan gehoopt. Ik kwam dan ook na de gebruikelijke 1u12 uit het water, zonder energie te verspelen, met een prima gevoel. De wissel verliep even traag als anders, zonder stommiteiten. Dat zag er allemaal goed uit voor de rest van de dag...

Op de fiets was het even wennen aan het vernieuwde parcours. Zeker niks forceren op de zware klim in het begin, en vervolgens rustig verder bollen naar het vertrouwde El Golfo. In de afdaling van Timanfaya haalde ik Vanessa in, die me vertelde dat Ivan vlak voor mij uit het water was gekomen, en Mirco nog achter ons kwam. Omdat ik door de warmte al heel wat van mijn Hiddit sportdrank had verbruikt, nam ik in Mancha Blanca een drinkbus van de organisatie aan. Dat goedje zag er niet echt smakelijk uit en proefde navenant. Of het de oorzaak was van mijn komende problemen, zullen we nooit 100% zeker weten, maar het stond wel vast dat ik kort nadien ferme maagpijn kreeg. Ik moest vaart minderen vanaf km 75 en kon geen vast voedsel meer binnen krijgen. Mirco en Vanessa kwam bij mij aan de persoonlijke bevoorrading van Mirador de Haria na 105km. Ik ben daar even gestopt om mijn persoonlijke drinkbussen op te halen en even te bekomen. Nadien kwam ik terug beter in mijn ritme, al voelde ik wel dat ik nog onvoldoende en energie had voor de rest van de race. Samen met Mirco kwam ik nog voorbij km 150. Nadien bleef ik nog in Mirco's en Vanessa's buurt maar ik bolde leeg de wisselzone binnen na 6u40 fietsen. Gezien de omstandigheden was dit nog geen dramatische fietstijd maar ik had toch een 10/15-tal minuten sneller moeten kunnen rijden.



In de wisselzone had ik gelukkig een busje ORS gezet dat me er weer tijdelijk bovenop hielp. De eerste 6-7km liepen dan ook nog redelijk vlot. Daarna voelde ik mijn energie echter volledig uit mijn lichaam verdwijnen. Gelletjes opnemen ging niet, en de rest van de eerste ronde van 21km heb ik gefrustreerd moeten stappen. Na de eerste ronde kreeg ik een vers flesje cola van Kathleen en een bekertje warme kippensoep van een vaste bevoorradingspost aan één van de hotels. Het gaf me extra energie en de 2e ronde (van 10km) ging plots heel vlot aan 11-12km/u. Ik had al veel tijd verloren maar de benen waren nog in perfecte toestand. Vanaf km 32 ging het licht echter opnieuw uit. Opnieuw kippensoep en enkele bananen verhoogden steeds mijn energieniveau maar ik durfde niet harder te lopen, om een klop van de hamer te vermijden. De laatste 2-3km wist ik dat er nog genoeg in de tank zat, en heb ik dan het looptempo opnieuw verhoogd. Met frisse benen maar compleet leeg qua voedsel finishte ik na 13u44, meer dan anderhalf uur achter de clubcollega's. 



Het gevoel na de wedstrijd (en de dagen nadien) valt moeilijk te beschrijven. Ik was allereerst gekomen voor nummer 5 en die zuur verdiende speciale medaille. Dat gaf me dus een grote vorm van voldoening na een parcours van meer dan 5 jaar. Maar de wedstrijd zelf was uiteindelijk een complete teleurstelling geworden, zeker als ik mijn benen achteraf nog voelde. Ik had alles in me om dit jaar de 12u aan te vallen. Mijn ervaring en helder hoofd hebben me recht gehouden terwijl mijn benen harder wilden gaan maar mijn maag compleet blokkeerde. Meer kan ik er echt niet over zeggen ...

Het was wel superfijn om met zoveel BrTC atleten en supporters naar Lanzarote te gaan dit jaar. We hebben er samen een supervakantie van gemaakt waar iedereen nog jaren aan gaat terug denken. En iedereen zal ook nog minstens even lang over die fantastische Ironman spreken, alleen bij mij zal er toch steeds een wrang gevoel bij blijven. Gelukkig heb ik niet opgegeven en het grotere doel blijven bewaken.

Nog één leuke anekdote: omstreeks het 160km punt in Masdache, staat een verkeerslicht dat op rood springt, wanneer een auto er te snel rijdt. Tijdens de wedstrijd is het fietsparcours echter verkeersvrij. Een Engelse atleet en ikzelf kwamen er blijkbaar vrij snel aangefietst en het verkeerslicht sprong op rood. De brave man voor mij panikeerde volledig, remde en besloot rustig te wachten tot het groen werd ;-)


dinsdag 24 april 2018

Marathon Antwerpen - Alles onder controle

Het is weer even geleden dat ik nog een post heb geplaatst. Niet dat ik niks gedaan heb, maar ik vond niet meer de tijd en inspiratie om een gepast stukje proza digitaal neer te pennen. De wintermaanden zijn snel voorbij gegaan dit jaar door allerlei persoonlijke en sportieve bezigheden. Ik deed in oktober met Hans de Amphiman nog mee en ben nadien de ganse winterperiode vrij structureel bezig gebleven. Enkel eind februari kreeg de griep me te pakken, gevolgd door een oorontsteking, waardoor ik toch 3 weken amper actief ben geweest. Momenteel heb ik nog altijd wat problemen door vocht in mijn rechteroor maar de hinder is beperkt. Eind maart reed ik met schoonbroer Thierry nog 140km van de Ronde van Vlaanderen, waar ik voelde dat de fietsbenen en basisconditie alvast heel goed zitten.

Qua lopen heb ik elk jaar nood aan een soort van bevestiging een maand voor de Ironman van Lanzarote, die dit jaar voor de 5e maal op het programma staat. De gebruikelijke Wings for Life Run is veranderd van concept en ik besloot dan maar de marathon van Antwerpen mee te doen als duurtraining. In feite kwam dit perfect uit want collega Kris had zich de voorbije winter voorbereid om er zijn eerste marathon te lopen, met een richttijd van 4 uur.

Zo gezegd zo gedaan. Om 9u klonk afgelopen zondag het startschot op Linkeroever en ik kon beginnen aan mijn (nog maar) 3 individuele marathon. Collega Sven was de vrijwilliger van dienst om op de fiets het parcours te volgen en regelmatig wat extra bevoorrading aan te bieden. We waren net voor de pacers van 3u59 vertrokken en ik bepaalde een degelijk tempo in warme maar bewolkte omstandigheden. Over de eerste 21km valt eigenlijk weinig te vertellen. Met een babbeltje, lach en een zwans vloog de tijd voorbij en we passeerden halfweg na 1u58, perfect op schema. Ik voelde me persoonlijk ook nog super, niet echt vermoeid en de benen in prima conditie. 

Richting 30km kwam de zon erdoor en begon het akelig warm en benauwd te worden. We hielden toen ons hart al vast voor de deelnemers aan de 10 Miles later op de middag. We bleven netjes de pacers voor, en hadden burgemeester de Wever al lang achtergelaten, toen Kris aangaf toch wat te moeten minderen door een aanhoudende hoge hartslag. We spraken af het tempo aan te houden tot km 30 zodat ik nadien kon doorlopen om onder de 4 uur te finishen. Kris besefte dat hij door zijn beste krachten zat en zou gaan flirten met de 4u grens tot aan de finish.

Exact aan het 30km punt, ben ik dan nog een beetje versneld naar een comfortabel tempo, waarmee ik voldoende reserve nam voor de 4 uur grens. In het Rivierenhof kruiste ik Kris nog die heel goed stand hield. Ik nam een cola'ke aan van supporter Hans en ging vlot verder richting Singel. Ik begon mijn beentjes wel te voelen maar was zonder problemen voorbij de kritische zone 32-35km geraakt.

De hitte sloeg echter toe op alle deelnemers bij het uitkomen van het Rivierenhof, aan de Stenen Burg richting Park Spoor Oost. Ik vroeg aan Sven om toch nog een extra drinkbus voor me te vullen inclusief zouttabletten. Tussen km 36 en 39 heb ik mijn tempo even laten zakken wegens een opspelende maag maar de verse drinkbus bracht snel soelaas en in Park Spoor Noord kwam de finish stilaan in zicht.

In tegenstelling tot een groot deel van het parcours, was de passage aan het Eilandje wel van enige toeristische waarde. mijn tempo was terug OK, en ik haalde nog enkele andere atleten in. Ik finishte uiteindelijk in 3u58, en was dus maar 2' trager in de 2e helft van de marathon ten opzichte van de eerste helft. Collega Kris finishte kapot maar voldaan nog geen 4 minuten na mij. 

De recuperatie nadien verliep prima wat een opsteker is voor Lanzarote binnen een maand. Ik had dit jaar voor mij al een recordaantal loopjes boven de 20km gedaan, maar ben na mijn ziekte eigenlijk niet meer boven de 20km geweest. Het was dus wel even afwachten hoe het lichaam zou reageren na 30-35km. Alles onder controle dus! Eindelijk ook eens dat spook van de individuele marathon verdreven. Om de één of andere reden woog een marathon individueel veel meer door op mijn mentale kracht dan wanneer ik de marathon nog moet lopen in een Ironman triatlon.

Deze week proberen wat zwemachterstand in te halen en dan nog enkele weken het lopen onderhouden (misschien de intensiteit nog een beetje opvoeren met kortere afstanden) en een paar lange fietstochten plannen.